Precies tien jaar geleden was ik hoogzwanger van Dano. Kerst 2001 was volgeplanned. Dankzij mijn hoogzwangere status waren beide kerstdagen volledig uitbesteed aan vrienden en familie en konden wij genoegelijk her en der aanschuiven.
Helaas besliste mijn haperend gestel anders en kreeg ik als kerstkado een fiere pre-eclampsie voorgeschoteld. In plaats van her en der te genieten van schotels die niet door mij waren gemaakt (en daardoor des te beter smaakten) kreeg ik medisch huisarrest opgelegd en mocht ik mijzelf alleen van bed lichten om te douchen of te toiletteren. Voor de rest diende ik mijn bed niet te verlaten. Zelfs het bezoeken van mijn oma, die na 90 jaar op het punt stond de aarde te verlaten, was uit den boze.
Wij hadden een bed in de huiskamer neergezet. Als een aangespoelde walvis dobberde ik vredig, te midden van vet en vruchtwater en omringd door drie kerstpakketten op bed. De enige beweging die door mij werden gegenereerd waren mijn continu malende kaken. Gevoelsmatig kwam ik alleen die kerst al vijfentwintig kilo aan, en dan tel ik foetus en placenta niet eens mee.
Tweede kerstdag kwam s’avonds het telefoontje dat oma was overleden. “Niet leuk” was de understatement van de eeuw. Het feit dat zij naar mij had gevraagd vlak voor haar overlijden en ik haar niet kon bezoeken slikte ik zo goed als ik kon weg. Ook bij haar begrafenis kon ik niet zijn. Ik heb de verpleegster die dagelijks kwam om mij te controleren gesmeekt, maar het mocht echt niet. Natuurlijk niet. Ik moest rationeel denken. Een nieuw leven op het spel zetten voor een leven dat toch al ten einde was, kon echt niet. Maar toch. We hadden het wel over mijn oma. De oma waar ik als klein kind zo graag had gelogeerd. Oma met haar gekke grappen en haar liefde. Ik kauwde mijn emoties weg. Kon niet, mocht niet. Bob vertegenwoordigde ons gezin-in-wording bij de begrafenis. Thuis omringde ik mijzelf met drie ontvangen kerstpakketten en de gebruikelijke kerstfilms ter afleiding ende troost.
De vreemdste kerst in mijn leven. Eerste kerstdag afhaalpizza. Tweede kerstdag McDonalds. Veel kerstpakket-vreterij tussendoor. Containers in het toilet omdat alle door mij geproduceerde urine naar het ziekenhuis moest voor onderzoek. CTG’s. Bloeddrukcontroles. Sneeuw. Wekelijkse ziekenhuisbezoeken. Rouw. Kerstfilms op de tv. Een vreemde kerst. Alleen Bob en ik, nog even met zijn tweeën, opgesloten in ons flatje. Alle verplichtingen noodgedwongen opzij geschoven, zodat wij ons alleen hoefden te bekommeren om ons ongeboren kind.
Precies tien jaar later. Naast mij op de bank zit een slungelige, blauwogige pré-tiener mij aan te grijnzen. Oma heeft van zijn bestaan geweten, maar heeft nooit de kans gehad hem te leren kennen. Dus zorg ik ervoor dat hij haar kent. Door verhalen te vertellen, en te vertellen over de oorsprong van oma’s kaarsje, dat wij tijdens het familie-diner met kerst elk jaar branden. Het kaarsje dat altijd bij haar in haar letterbak heeft gestaan. Ze mag dan wel overleden zijn, maar vergeten wordt ze nooit.
