At my signal, unleash hell
isteren had Dano sportdag op school. Sportdag in de onderbouw komt neer op een stuk of zestig doorgedraaide, op E-nummers trippende Ritalin-kleuters tussen de vier en zes jaar die op één of andere wijze dusdanig gedrild moeten worden dat ze iets gaan doen wat weg heeft van een activiteit. Om dit geheel in goede banen te leiden (voor zover dat mogelijk is) was de hulp ingeroepen van zogeheten “hulpouders”.
En wat heeft ondergetekende nou gedaan, in een complete vlaag van verstandsverbijstering? In een complete waas van “ik ben mijn identiteit volkomen kwijt”? In een bui van ultieme zelfkwelling en sado-masochisme? Juist. Zichzelf opgegeven als hulpouder voor de sportdag. Er is geen enkele schoolse activiteit te verzinnen die nóg on-Jenni-achtiger is dan een sportdag. Ik ben volkomen a-sportief, uitgezakt, te dik en luier dan lui. Ik heb niet eens een trainingspak of trainingsbroek of hoe die ongein dan mag heten. Als je zo in het leven staat is jezelf opgeven voor een sportdag natuurlijk volstrekt onlogisch. U heeft derhalve niet veel fantasie ende inlevingsvermogen nodig om te beseffen dat ik reikhalzend naar dit festijn uitkeek.
Gisteren was de grote dag. Ik smeekte de weergoden voor veel regen, storm en meer narigheid. Dan zou de sportdag een week uitgesteld worden. (Zijn we toch weer een week verder). En zowaar.. mijn gebeden werden verhoord! Het stormde, regende, en dikke loodgrijze wolken gierden langs de hemel. Dus ik zat glimmend van de regen en van pret op de fiets richting school, mij verheugend op de vrije kind-loze morgen die ik in het verschiet had. Dano had een gewone schooldag in het verschiet, en Aylawas de gehele dag naar het kinderdagverblijf.
Aangekomen in de klas huppelde ik naar de juf die, verontrustend genoeg, in sport-tenue gestoken was. Ik wist mijn glimlach te verbergen en zei met een teleurgesteld stemmetje “De sportdag zal wel worden afgelast nu zeker? Jammer zeg, ik had me er zó op verheugd”… De juf keek glimlachend terug “Dan heb ik goed nieuws voor je!” De sportdag gaat gewoon door.. volgens de voorspellingen blijft het grotendeels droog deze ochtend! Half negen melden in de gymzaal graag!”.
Vloekend blafte ik Dano af die een boekje wilde lezen en slofte naar het gymlokaal, waar al meerdere hulpeloze ouders stonden te wachten. Aan hun zonnige gezichtjes te oordelen stonden zij eveneens te trappelen om deel te nemen aan deze feestvreugde.
Een half uur later waren we allemaal voorzien van een stuk of drie á vier kinderen en moesten we op pad. Goddank zat Dano bij mij in het groepje. Ik had al drama’s voorzien van een sportdag met vier kinderen die ik bij elkaar moest zien te houden met veel hysterisch gekrijs, en een vijfde die zich gierend en snikkend aan mijn been had vastgeketend “Maaa-haaa-maaa! Ik wil niet met die andere mamma meee-hee-hee! Jij bent mijn maamaaa!”. Maar dat bleek dus mee te vallen.
Één van mijn collega-slachtoffer-hulpmoeders die maar drie kinderen hoefde te drillen, vroeg mij of het een goed idee was om samen één groep met zeven kinderen en twee volwassenen te vormen. Dat leek mij een uitstekend idee, gedeelte smart enzovoort. En zo gingen wij op pad. Eerst maar naar buiten om de activiteiten die zich buiten afspeelden af te raffelen te doen, zodat we daarna binnen konden blijven. Jammer genoeg hadden alle ouders datzelfde bedacht waardoor het op het schoolplein enigszins (understatement) druk was. Kinderen kunnen heel hard gillen, schreeuwen en rennen. Maar ik kan heel goed mishandelen en heel goed “Gimme twenty, you little motherfucker!!!” roepen én ik ga nooit zonder een busje strychnine van huis weg, en zo was het geheel toch in evenwicht. Af en toe was het moeilijk om te onthouden welke kinderen bij ons groepje hoorden, maar die krengen bleken ook erg goed naar “hé!” (en erger) te luisteren. Ik op mijn beurt vergat zo af en toe dat ik op school niet “Jennifer” heet, maar voornamelijk “mama” (zoals de andere negen-en-negentig ouders op schoolplein) of “Dano’s moeder”, wat nogal eens voor verwarring zorgde.
Om tien uur werden de varkens in de klas gedropt voor een kleine pauze, zodat wij ons met al het oudervolk in de aula konden vervoegen voor koffie, thee en koeken. Veel koeken. Enigszins misselijk gingen wij door naar de tweede helft van de sportdag. De resterende buiten-activiteiten sloegen we maar over. Gelukkig was er binnen ook nog veel leuks te beleven. “Spijkerpoepen” “Eierenlopen” en “kralenrijgen”. Dat laatste was een succes. Voor ons dan. De bedoeling was dat de kinderen -wat een verrassing!- zo snel mogelijk een ketting regen van een stuk waslijn en grote kralen. Wie het eerst klaar was had gewonnen. Omdat we doodmoe waren besloten we de regels te veranderen. We
droegen de kinderen op om vooral zo rústig mogelijk te rijgen. Om ervoor te zorgen dat het echt zo langzaam mogelijk ging, regen wij ook gezellig een rondje mee.
Om elf uur was het volk niet meer te houden. Waren ze voor die tijd nog enigszins te motiveren, op dat tijdstip ging bij die koters echt het licht uit. Er werd alleen maar door elkaar heengerend, gegild en veel hersentjes werden ingeslagen met rondslingerende sportdag-attributen. Goddank was het om half twaalf opruimen geblazen en gingen de dicatortjes de klas in voor videootje (cooldown) en een ijsje waarna wij huiswaarts konden.
Inmiddels bleek het te hozen. Na de hele morgen enigszins droog te hebben doorstaan, werden wij in die vijf minuten fietsen naar huis volledig doorgeregend. Maar dat kan ook zijn omdat die vijf minuten een half uur werden, omdat mijn benen niet meer zo wilden. Ik had de hele morgen op mijn benen gestaan. Voor iemand die normaliter zitterig door het leven gaat, toch nog een sportprestatie. En zo heb ik ook nog wat aan die sportdag gehad. Ik denk dat ik de volgende keer met kamp meega. *ril*
